BoTu: veerkracht samen organiseren

In opdracht van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken en Erasmus Initiative Vital Cities and Citizens heb ik de uitkomsten van de scripties over het wijkontwikkelingsprogramma Veerkrachtig BoTu 2028 op een rij gezet.

De studenten onderzochten of de door de partijen gebruikte methode Social Impact by Design (SiBD) een goede manier is om veerkracht te versterken. Ze keken welke uit de literatuur bekende factoren van veerkracht van toepassing waren bij het opstarten van de teams. Welke hulpbronnen zijn beschikbaar? Kwam het initiatief uit bewoners zelf?  Hoe is de verbinding met bestaande buurtnetwerken en -organisaties? Stellen instituties en professionals zich responsief op?

Bestaande samenwerking en plannen dominant
De teams bestaan veelal uit gevestigde partijen die al langer samenwerkten en geruime tijd bezig waren met hun plannen. In twee gevallen zijn nieuwe teams gevormd en nieuwe samenwerkingen tussen bewoners, de gemeente en (semipublieke) marktpartijen ontstaan. Het programma SIbD bracht daarmee nieuwe coalities, maar is vooral de mogelijkheid om bestaande samenwerking verder uit te diepen en lopende plannen te concretiseren.

Wel uit de buurt, maar (nog) niet door de buurt
De ingediende plannen ontstaan grotendeels vanuit de buurt. De teams haken ook goed in op de institutionele kant zoals samenwerking met gemeente en andere instanties. De gemeente stelt zich in meerdere teams op als een mee-ontwikkelende partij. Directe betrokkenheid van buurtbewoners bij de uitwerking van de voorstellen bleef tot nu toe beperkt. Daar ligt een grote uitdaging voor de uitvoering van Veerkracht BoTu 2028.

Zelfde hobbels: tijd en geld
Het aantrekken van kapitaalkrachtige private partijen zoals vastgoedontwikkelaars en zorginstellingen kwam minder goed uit de verf. Teamleden hebben wel ruime kennis, expertise en ervaring, maar tijd en financiën zijn beperkende factoren. De plannen zijn voor financiering afhankelijk van subsidies van fondsen en (semi-)overheid. In die zin is SIbD geen wondermiddel voor het opzetten en doorontwikkelen van interventies voor veerkracht.

Hier vind je het persbericht en kan je de publicatie downloaden.

Ruimtegebruik en samenleven op Zuid

Ruimtegebruik en samenleven op Zuid

Samen met de EUR mag ik een mooi onderzoek uitvoeren over de geleefde stad op Rotterdam Zuid – waar ik geboren ben en sinds kort weer woon. We gaan met behulp van narratieve kaarten (‘talking maps’) het gebruik en de betekenisgeving van de openbare ruimte in kaart brengen, in relatie tot het samenleven van diverse sociale groepen in de stad. De verhalen en beelden die we ophalen dienen als input voor de inrichting en programmering van de openbare ruimte op Zuid.

Herhuisvesting onderzocht: It takes three to tango!

Samen met Janneke van Bemmel evalueerde ik het herhuisvestingproces van twee sloop-nieuwbouw projecten in Delft. De meeste bewoners vonden een goede nieuwe plek, vaak binnen de stad en in een woning van betere kwaliteit. Maar voordat het zo ver was, maakten bewoners een lange periode van onzekerheid mee met soms hoogoplopende emoties. De belangrijkste les uit de evaluatie is dat een goed herhuisvestingsproces staat of valt bij heldere communicatie en vertrouwen tussen woningcorporatie, gemeente en bewoners.

Woningcorporatie Woonbron sloopte dit jaar de 65 ‘witte woningen’ in het Heilige Land in Delft om er nieuwe gezinswoningen voor terug te kunnen bouwen. De bewoners woonden er, ondanks de gebrekkige kwaliteit van de woningen, met plezier. Zij waren dan ook niet gelukkig met het sloopbesluit. Ook de huurders van Vidomes in de Van der Goes en Van Schuylenburgstraat moesten verhuizen vanwege de plannen voor sloop en nieuwbouw. Aanleiding voor de gemeente Delft om ons als onafhankelijke onderzoekers te vragen de herhuisvestingsprocessen van beide projecten te evalueren.

De meeste bewoners geven aan tevreden te zijn over hun nieuwe woning. Het merendeel van de bewoners verhuisde binnen Delft, namelijk 85% van de bewoners van Woonbron en 65% van de bewoners van Vidomes. In beide projecten komen bewoners in betere woningen terecht; vaak een jongere en ruimere woning met een beter energielabel. De vrees van veel bewoners, om erop achter uit te gaan en misschien zelfs gedwongen Delft uit te moeten, blijkt voor de meesten niet uitgekomen.

Dat wil niet zeggen dat de sloop van hun huis hen niet in de koude kleren is gaan zitten. De pijn zat in dit geval vooral in de periode voor dat het sloopbesluit was gevallen. Beide corporaties informeerden hun huurders al vroeg dat er iets zou gaan gebeuren, nog voordat bekend was of er gesloopt of gerenoveerd zou gaan worden en welke invloed bewoners daarop zouden hebben. Dat bracht veel onrust. De evaluatie laat zien hoe belangrijk het is om duidelijke kaders te bieden en open te zijn in de communicatie.

Om te voorkomen dat bewoners teleurgesteld raken adviseren we woningcorporaties helder te zijn over welke invloed bewoners op wat hebben: waarover zij geïnformeerd worden, adviesrecht hebben en instemmingsrecht. Dat voorkomt dat participatie als een wassen neus wordt gezien en het vertrouwen beschaamd. Zorg er ook voor dat bewoners werkelijk een partij zijn: bespreek bovenliggende doelstellingen en als je aan de voorkant afspraken maakt, bijvoorbeeld met de gemeente, doe dat dan ook met de huurdersvertegenwoordiging. Geef bewoners ook meer invloed op de nieuwbouwplannen en pas maatwerk in de huurstelling toe zodat bewoners terug kunnen keren als zij dat willen. Het wegvallen van je thuis zonder dat je weet waar je terecht komt is voor de meeste bewoners een ingrijpende gebeurtenis die gepaard gaat met veel onzekerheid en stress, wat deels kan worden voorkomen en gecompenseerd met een recht op terugkeer.

Lees ons rapport hier.

Advies O-team gereed

Op basis van onze studie(s) heeft het O-team (ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK)) een advies uitgebracht voor de Haagse Beemden, Breda. Harstikke leuk om te zien dat de meeste van onze voorstellen zijn overgenomen in het advies en hopelijk komen er mooie initiatieven uit voort!

De Haagse Beemden is bij uitstek een groene wijk met veel plekken voor ontmoeten en bewegen. Er zijn veel voorzieningen, accommodaties en trapveldjes. Dat wordt ook zeer gewaardeerd door bewoners. Er zijn echter verschillende ‘maren’.

  • Ondanks dat de Haagse Beemden waarschijnlijk de hoogste dichtheid kent aan speelplekken in Nederland zijn deze voorzieningen monofunctioneel, hebben ze weinig identiteit en bieden ze weinig binding tussen de buurten.
  • Veel wandel- en fietspaden in de Haagse Beemden zijn van slechte kwaliteit met ‘weinig ogen op straat’ door veel schuttingen, rolluiken en bosjes. Deze paden zijn bovendien slecht verlicht, wat zorgt voor een lage sociale veiligheid.
  • De buurten zijn stenig met veel verharding en relatief weinig groen. Verder is de inrichting van de buitenruimte met name op de auto georiënteerd en minder op de wandelaars en fietsers; voor hen is de wijk minder beweegvriendelijk ingericht.

De interventies die wij hebben aangedragen en grotendeels in de aanbevelingen van het O-team zijn overgenomen, zijn:

  • Bind de buurten met een sportroute langs de buitenrand van de centraal gelegen landgoederenzone en maak hier meerdere kleine doorsteken doorheen. De sportroute biedt plaats aan hardlopen, skaten, fitnessen en spelen. De biodiversiteitopgave en de wateropgave kunnen aan deze recreatieve ring worden gekoppeld
  • Benut de bestaande waterstructuur en maak hiervan een waterring voor sport, spel en recreatie waaronder suppen en kanoën
  • Het creëren van punctuaties (plekken met een uniek karakter zoals Richard Sennet bepleit) zoals:
    • Het multifunctioneel maken van bestaande voorzieningen (verlichting, funboxen en laservelden met verschillende sporten)
    • Meer identiteit door variatie in groen (zie ook de groenstudie van Feddes/ Olthof)
    • Meer verblijfskwaliteit door banken en picknicktafels
    • Meer variatie en avontuur in het spelen (bouwspeelplaats, natuurspelen et cetera)
    • Landgoederenzone toegankelijk maken met (struin)|paden
    • De combinatie van de voorgaande twee punten met bomen/planken over de sloot/sloten

De grootste uitdaging in onze ogen is om de sleutelpersonen – professionals en bewoners –  enthousiast te houden en hun rol te versterken. Daarvoor is blijvende financiering nodig voor partijen die buurtgericht werken en een brugfunctie vervullen tussen systeem- en leefwereld en tot innovatieve oplossingen kunnen komen. Daarnaast moet er na veel ophalen bij bewoners nu ook echt wat gebeuren in de openbare ruimte om tot een meer beweeg en ontmoetvriendelijke wijk te komen. Met het oog op de werkelijkheid van tekortschietende budgetten zou in de planvorming een onderscheid gemaakt kunnen worden tussen meer en minder dure ingrepen. We adviseren zo snel mogelijk te beginnen met de kleine, niet zo dure interventies. We doen hiervoor enkele voorstellen, waarvan wij denken dat ze veel effect hebben met beperkt budget. De uitwerking en aanvullende ideeën moet samen met bewoners worden geconcretiseerd. We pakken hier terug op Richard Sennet en gaan puncties zetten op de goede plekken. Zo beweegt de Haagse Beemden!

Scriptiewerkplaats: Veerkrachtig BoTu

Wederom gaan studenten Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam aan de slag met veerkracht binnen de scriptiewerkplaats van Veldacademie. Ze werken dit jaar mee aan de Monitor van het wijkontwikkelingsprogramma Veerkrachtig BoTU2028. In de wijken Bospolder en Tussendijken in het Westen van Rotterdam werken publieke en private stakeholders gemeenschappelijk aan de verbetering van de wijk, op fysiek en op sociaal vlak. De studenten onderzoeken o.a. verschillende initiatieven die deelnemen aan de open oproep Social Impact by Design op basis van de methode Theorie of Change, en de uitgangspunten en strategieën van het programma Veerkrachtig BoTU2028

Nieuw onderzoek: Inburgering en participatie van statushouders

Nieuw onderzoek: Inburgering en participatie van statushouders

De gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde (samenwerkend in uitvoeringsorganisatie Meerinzicht) hebben een project opgezet om de statushouders in hun gemeenten intensief te ondersteunen bij inburgering en participatie. Enerzijds anticiperen ze daarmee op het nieuwe inburgeringsstelsel, anderzijds is de ondersteuning nodig omdat veel statushouders lang in de Participatiewet blijven. Verwonderzoek begeleidt samen met mij Meerinzicht met kwalitatief en kwantitatief onderzoek. We bekijken hoe de populatie eruit ziet, welke keuzes er in de dienstverlening worden gemaakt, en hoe die keuzes uitpakken.