Scriptiebegeleiding HEPL studenten “Gezond in IJsselmonde”

Scriptiebegeleiding (2018)

In samenwerking met Veldacademie begeleid ik studenten van de master  Health Economics, Policy & Law bij het schrijven van hun scriptie. Zij gebruiken daarbij (deels) data van het project “Gezond in IJsselmonde“, een actie-onderzoek waarbij kinderen en hun gezinnen drie jaar lang gevolgd en begeleid worden op het gebied van gezondheid. Extra interessant voor mij omdat ik zelf in IJsselmonde geboren ben!

Vak Governing Healthy Cities

Vakcoördinatie “Governing Healthy Cities” (2018)

Voor de master Health Economics, Policy & Law van de Erasmus School of Health Policy & Management (ESHPM) coördineer ik het vak Governing Healthy Cities (blok 5, studiejaar 2017/18). De thema’s die aan bod komen zijn o.a. positieve gezondheid, (sociale) veerkracht en nieuwe vormen van governance (urban labs). Daarnaast werken we samen met veldpartijen en gaan studenten prangende kennisvragen omtrent ‘gezonde steden’ oppakken.

The governing ideal of ‘the healthy city’ represents a fundamental shift in how we view health: from individual biophysical models of health towards holistic notions of health that presuppose interconnectedness of place, health and well-being of communities. This conceptual shift becomes visible in new discourses on ‘positive health’ and ‘social resilience’ that we will unravel and apply during this course. These new discourses are not just words/visions, they also inspire policymakers and professionals to adopt new experimental approaches to organize healthy cities: such as cross-sector collaboration (i.e. joining up health, welfare, work, education), community ‘greening’ initiatives and urban labs that promote resilience in neighbourhoods.

Scriptiewerkplaats Veerkrachtige Gemeenschappen

Scriptiebegeleiding (2018)

Voor de Erasmus Universiteit Rotterdam begeleid ik studenten die zich hebben ingeschreven voor het Fieldlab Social Resilience van de Veldacademie. Zij buigen zich vanaf februari 2018 over de vraag hoe lokale bewonersgroepen in actie komen tegen problemen of uitdagingen als gevolg van ingrijpende toekomstige veranderingen. Elke student werkt aan een case study rond een Rotterdamse opgave en draagt bij aan de begripsvorming rond ‘sociale veerkracht’.

Literatuurstudie sociale veerkracht

In opdracht van Veldacademie zet ik de literatuur over sociale veerkracht op een rij. Steden staan voor een aantal stevige uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, economie en samenleven. Weerbare en toekomstbestendige steden zijn in de eerste plaats ‘resilient’ ofwel veerkrachtig. ‘Resilience’ is het nieuwe zoemwoord en wordt toegepast in diverse disciplines. Veldacademie richt zich op het handelen en het lerend vermogen van lokale gemeenschappen in Rotterdamse wijken en buurten. Wat is er vanuit de sociale wetenschappen bekend over het begrip veerkracht en welke factoren dragen bij aan ‘community resilience’?

Gesprek met de Stad afgerond: rapportage en data beschikbaar

Steden staan voor een aantal stevige uitdagingen op het gebied van duurzaamheid, economie en samenleven. Hoe moeten we de stad inrichten om toekomstbestendig te zijn? Hoe moet Rotterdam er in 2037 uitzien? Waar liggen dan de behoeftes van de bewoners? Welke zorgen zijn er nu? Deze vragen stonden centraal in het Gesprek met de Stad, ontwikkeld en uitgevoerd door Veldacademie, IN10 en Roos & van de Werk. In de periode januari tot mei 2017 zijn 9.000 Rotterdammers benaderd door middel van het portaal (online enquête), straatgesprekken en focusgroepen. In opdracht van Veldacademie heb ik meegewerkt aan de online enquête en hebben we gezamenlijk gerapporteerd over de uitkomsten van het gehele gesprek (portaal, straatgesprekken en focusgroepen). Klik voor de rapportage hier en ga naar de website van Verhaal van de Stad voor meer informatie en de achterliggende data. Hier vind je ook het verslag van de open vragen van het portaal, die ik in opdracht van Gemeente Rotterdam afzonderlijk heb geanalyseerd.

Rotterdam heeft keuze bij verzachten gevolgen gentrificatie

De vestiging van hoogopgeleiden in oude wijken, zoals in Rotterdam, brengt naast positieve effecten ook negatieve effecten mee voor de buurt en haar oude bewoners. Door te kiezen voor meer betrokkenheid van de oude bewoners bij het proces van gentrificatie worden de negatieve effecten, zoals verminderd thuisgevoel en spanningen, verzacht.

Dit blijkt uit het literatuuronderzoek De invloed van sterke schouders, naar de mogelijke effecten van het Rotterdamse woonbeleid, dat ik samen met Mariska van der Sluis in opdracht van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken uitvoerde.

Uitgangspunt bij het onderzoek is dat gentrificatie een gestuurd proces is. De lokale overheid heeft daarom de mogelijkheid om keuzes te maken om de negatieve effecten te verzachten. Rotterdam wil meer ‘sterke schouders’, hoogopgeleiden, aan zich binden. Vooral in de oude wijken rond de binnenstad, zoals Middelland, Katendrecht, Oude Noorden, wil de gemeente het aandeel hoogopgeleide bewoners vergroten.

Positief en negatief

Het onderzoek laat zien dat ‘sterke schouders’ nieuwe voorzieningen en investeringen, een beter imago en meer organisatiekracht en energie mee naar een buurt kunnen brengen. Daar profiteren ook de ‘oorspronkelijke’, vaak minder-kapitaalkrachtige bewoners in die buurt van. Daar staat tegenover dat voorzieningen waar huidige bewoners veel gebruik van maken, vaak verdwijnen. Met als gevolg een verminderd thuisgevoel en spanningen over het gebruik van de openbare ruimte tussen oude en nieuwe bewoners.

Meer betrokkenheid

Het onderzoek laat zien dat het voor een evenwichtig gentrificatieproces belangrijk is dat Rotterdam in de snel veranderende buurten inventariseert welke voorzieningen en ontmoetingsplaatsen een belangrijke functie voor de oude bewoners vervullen. Het is daarbij van belang ervoor te zorgen dat tenminste een aantal van deze plekken behouden blijft. Daarnaast heeft het positieve effecten als (oude) bewoners meer bij investeringen in de buurt worden betrokken. De gemeente zal ook een rol als mediator op kunnen pakken bij botsingen tussen oude en nieuwe bewoners om zo de belangen en wensen van beide partijen te waarborgen. Want door verschillen in kapitaal (o.a. netwerken) zullen oorspronkelijke bewoners vaker het onderspit delven. We merken tot slot op dat Rotterdam meer kan uitdragen dat niet alleen hoger opgeleiden, maar ook lager opgeleiden sterke schouders kunnen zijn.

Meer weten?

Rapport De invloed van sterke schouders

Gesprek met de stad

Gesprek met de stad (2017)

In opdracht van de Veldacademie werk ik mee aan het Gesprek van de Stad. De komende maanden worden gesprekken gevoerd over wat Rotterdammers van de toekomst verwachten. Over hoe we samenleven in 2037, hoe we wonen en werken, hoe onze kinderen opgroeien, het onderwijs, onze gezondheid en hoe we de stad verder kunnen verduurzamen.

Praat mee over de toekomst van Rotterdam http://gesprekmetdestad.nl
en volg de campagne op facebook @gesprekmetdestad

Literatuurstudie Kenniswerkplaats Leefbare Wijken

Literatuurstudie naar de invloed van sterke schouders (2016)

In opdracht van de Kenniswerkplaats Leefbare Wijken start ik samen met collega Mariska van der Sluis een literatuurstudie naar de gevolgen van gemengd wonen voor Rotterdamse wijken.
Het Rotterdamse woonbeleid is gericht op de binding van sterke schouders aan de stad. Het gaat daarbij om (voormalige) studenten, young professionals, hoog opgeleide gezinnen en zogenaamde empty nesters (volwassenen die de fase van thuiswonende kinderen voorbij zijn). Verwacht wordt dat deze groepen bijdragen aan de economische ontwikkeling van de stad en haar sociale veerkracht en weerbaarheid zal verhogen.
Beleidsmakers willen weten wat de effecten zijn van de interventies die zij in dat kader uitvoeren. Vooruitlopend op een eventuele kostenbatenanalyse (MKBA) is het zinvol om de literatuur over dit onderwerp – gentrificatie en menging – te ordenen en te analyseren. Daarbij kijken we onder meer naar de waarschijnlijkheid dat bepaalde effecten in de Rotterdamse context optreden. De literatuurstudie wil beleidsmakers informeren over wat menging wel en niet vermag, gebaseerd op empirische studies, zodat een eerste toetsing van het beleid kan plaatsvinden.